Archive for the ‘Media & Creativiteit’ Category

h1

GoogleOS

april 22, 2007

Herkansing Mediatheorie lente 2004/2005 (jaar 2))

Een 1 met daar achter 100 nullen. Dit getal wordt aangeduid met de wiskundige term Googol. In 1998 gebruiken 2 studenten een afgeleide van deze term als naam voor hun bedrijf. Google. Deze naam wordt gebruikt om het doel van het bedrijf duidelijk te maken; het organiseren van de enorme hoeveelheid informatie op het wereldwijde web. Google wil alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Eenvoudig en snel de juiste informatie op het Internet zoeken en vinden. In alles wat Google doet blijft dit het uitgangspunt. Naast de (ondertussen wereldbekende en meest gebruikte) zoekmachine heeft Google een tal van andere diensten en producten op de markt gezet. Zo zijn er onder andere de Google Toolbar, Google Earth, Google Maps, Google Print en Google Library. Allemaal producten waarin online informatie op zo’n manier georganiseerd is zodat het toegankelijk voor de gebruiker is geworden.

Het bedrijf Google met al haar mogelijke toekomstige plannen is een veelbesproken onderwerp onder zowel consumenten, ondernemers, marketeers, programmeurs, studenten, mediatheoretici en iedereen die graag op de hoogte blijft van innovatieve technologieën. De laatste jaren wordt er veel gespeculeerd over het wel of niet uitkomen van Google OS. Daarbij horen discussies over de mogelijke interface, de techniek erachter en de motieven achter dit aangenomen plan.

Emre Sokullu beschrijft in ‘GoogleOS: What to Expect’ 3 mogelijke scenario’s over de vorm waarin GoogleOS aangeboden zou kunnen worden.

Het eerste scenario gaat uit van een webbased Operating System (besturingssysteem). Dit ligt in het verlengde van producten die Google in het verleden al ontwikkeld heeft. Denk aan applicaties als Google Docs & Spreadsheets en Goole calander. En zo zijn er nog een aantal desktop-achtige producten die Google op een webbased basis aanbied.

De tweede mogelijkheid is een ‘full featured Linux distribution’. Google zou haar eigen Operating system kunnen openen en deze aanbieden als gratis download. Dit hebben ze eerder al eens met Firefox gedaan. Op deze manier zou GoogleOS een directe concurrent van Microsoft worden in plaats van een webbased vervanging voor Windows zoals in bovenstaan scenario het geval zou zijn.

Maar volgens Sokullu is de meest logische strategie voor Google het aanbieden van een ‘Lightweight Linux distro’ of BIOS. Een OS dat de computer opstart, verbinding maakt met het Internet en Firefox opent. Vanaf dat punt zal verder alles via de website’s en applicaties van Google verlopen. Het is denkbaar dat er een homepage gemaakt wordt waar Google al haar diensten aan kan bieden. Daarnaast blijven andere sites natuurlijk ook bruikbaar.

Maar het zou misschien nog verder kunnen gaan. Stel dat Google voor iedereen ook nog persoonlijk een bepaalde ruimte beschikbaar stelt op een server. Zeg 500 Gig. Iedereen kan hier zijn of haar bestanden en applicaties opslaan. Op deze manier is niemand meer gebonden aan een vaste werkplek. Op verschillende computer op verschillende plaatsen, maar ook met mobiele devices zal iedereen de bestanden kunnen openen die op dat moment nodig zijn. Programma’s zullen gratis via Internet aangeboden en gebruikt kunnen worden. Er is bijna geen computing power meer nodig. De kosten voor consumenten gaan zo steeds verder naar beneden en adverteerders zullen zich op deze manier nog meer op de juiste doelgroep kunnen toespitsen.

Maar wat zijn nu de motieven van Google om zich bezig te houden met zulke ontwikkelingen en wat zullen de gevolgen van dergelijke producten zijn? Er zijn mensen die beweren dat Google de concurrentie aan wil gaan met Microsoft. Google zelf ontkent deze speculaties. Maar wat het motief voor Google ook is, er zijn een aantal basisredenen waarom bedrijven blijven innoveren en waarom de consument dit ook verwacht. In onze cultuur heerst er een drang naar altijd betere resultaten op een makkelijkere, sneller en/of goedkopere manier te willen verkrijgen. Ook GoogleOS zal hier dus aan moeten voldoen. Hieronder zal beschreven worden hoe GoogleOS deze doelstellingen behaald en welke invloed, goed of slecht, deze kunnen hebben.

GoogleOS maakt het leven makkelijker
Doordat iedereen altijd bij zijn of haar bestanden kan komen kan er efficiënter gewerkt worden. Bestanden kunnen op deze manier ook makkelijker gedeeld worden met anderen en iedereen kan er in werken. Een voorbeeld hiervan is een groepsopdracht van studenten. Op afstand kan er samen gewerkt worden in dezelfde programma’s en bestanden. Dit kan zowel thuis, op school of in de bibliotheek zijn, zonder het meesjouwen van laptops of het steeds moeten uitwisselen van bestanden via usb-stick of cd’s om verder te kunnen.

Aan de andere kant zal er heel erg rekening gehouden moeten worden met de betrouwbaarheid van het online werken. Alles wordt een stuk kwetsbaarder. Zodra iets online staat in het beschikbaar voor iedereen. Tegenwoordig ligt de mate waarin zaken beschermd kunnen worden erg hoog. Toch zullen veel mensen hier wantrouwig tegenover blijven staan. Want er hoeft maar iets mis te gaan en privé-bestanden worden beschouwd als publiek eigendom op het Internet.

GoogleOS zal je tijd besparen
Vooral in de zakelijke wereld zal dit als een groot voordeel gezien worden. Doordat je overal kunt werken en bereikbaar bent, zal er veel tijd bespaard kunnen worden. Er zal niet meer gewacht te hoeven worden tot mensen terug zijn op de vaste werkplek.

Maar zoals Sherry Turkle al zei heb je nu misschien niet meer vrijheid omdat je kunt werken waar en wanneer het jou uitkomt maar heb je nu minder vrijheid omdat we ons steeds meer verplicht voelen te werken waar en wanneer het ons, de baas of de klanten uitkomt. Je bent op deze manier nooit klaar.

GoogleOS maakt computeren goedkoper
De consument en ondernemers krijgen de kans om gratis gebruik te maken van software waar voorheen voor betaald moest worden. Het gebruik hiervan wordt op deze manier een stuk toegankelijker. Ook de computers, laptops kunnen goedkoper worden doordat er minder kracht en geheugen van hen vereist wordt.

Maar er is ook een keerzijde. Het zal namelijk wel door iemand betaald moeten worden. Dit zal grotendeels neerkomen op de adverteerders in Google. Dit betekend dat ook deze steeds meer informatie zullen krijgen over gebruikers en steeds dichter bij de consument kunnen komen. De vraag is in hoeverre dit kan en in hoeverre dit privacyschending is. Mensen moeten bereid zijn om in ruil voor gratis software steeds meer informatie over zichzelf af te staan voor commerciële doeleinden. Google zal meer invloed krijgen op de informatie de consument wel of niet bereikt. Hiermee kunnen (in conbinatie met adverteerder) bepaalde zaken gemanipuleerd worden. Het aanbod van informatie zal minder onafhankelijk of neutraal zijn.

Dit zijn dus een aantal gevolgen die GoogleOS met zich mee zal brengen. Het leven verschuift weer een stukje verder naar de online wereld. Niet alleen zakelijk maar ook sociaal zal er nu steeds meer contact via Internet plaats vinden. Het moet nog maar blijken wanneer mensen toe zijn aan een verandering als deze. Google zal het vertrouwen moeten winnen van mensen. Mensen moeten niet het gevoel hebben gemanipuleerd te worden. Zoals in China het geval is, waar bepaalde zoekresultaten gecensureerd worden. Ook zullen veiligheid en privacy grote kwesties zijn waarmee Google rekening zal moeten houden om als een vertrouwd merk overeind te blijven staan. In ieder geval is Google ondertussen groot genoeg dat ze zelfs voor een product dat (nog) niet bestaat zonder zelf reclame te maken genoeg losmaakt onder de bevolking. Dat bewijst maar weer dat Google een sterk merk is. Of het nou voor of tegenstanders zijn, er wordt in ieder geval over ze gepraat en dat is uiteindelijk wat ieder bedrijf zou willen.

h1

Vragen aan Michael Nederlof

januari 20, 2007

 Michael Nederlof is de oprichter en directeur van Skoeps. Voorheen werkte hij als directeur Verkoop & Communicatie bij PcM Dagbladen. Daarvoor was hij gedurende vier jaar VP Marketing & Sales voor GlobalCollect (onderdeel TNT Postgroep). Eerder werkte hij in marketing/salesfuncties voor Spring, TNT Benelux, Nieuwe Revu en Admedia.

– Hoe staat u tegenover de verhalen dat het werk van journalisten en persfotograven in gevaar zou komen door de opkomst van burgerjournalistiek?

– Is Skoeps een vervanging van andere ‘officele’ nieuwssite’s of meer een aanvulling op..?

– Wat motiveert mensen volgens u om hun persoonlijke ervaringen te delen met de hele wereld via internet?

– Hoe beinvloed online media de manier waarop printmedia zichzelf moet presenteren (met betrekking tot nieuwsvoorziening)?

– Is met de opkomst van journalistiek het nieuws minder betrouwbaar geworden?

h1

User generated content

januari 7, 2007

Bekijk de presentatie (.ppt) >>

h1

SWOT – Postsecret.com

januari 7, 2007

Postsecret.com is een onderdeel van het kunstproject van Frank Warren. Dit ‘kunstwerk’ is tot stand gekomen door gebruik te maken van de input van buitenstaanders. Frank is begonnen met het project door aan vreemden te vragen (door het achterlaten van postkaarten) om anoniem een geheim in te sturen ten behoeve van een kunstproject. Dit was in 2004. De hoeveelheid kaarten die hij ontving was overweldigend. Later is hij de kaarten ook gaan publiceren op zijn website. Zo is het project ondertussen wereldwijd bekend geworden en blijven er nog steeds postkaarten binnen komen.

Ik vind dit een goed voorbeeld waar gebruik wordt gemaakt van user generated content zonder dat er een commerciele invalshoek is. Dit laat zien dat veel mensen schijnbaar de behoefte hebben om (anoniem) persoonlijke informatie te kunnen delen, zonder dat zij hier direct iets voor terug krijgen. Niet alleen de bedrijfswereld kan gebruik maken van dit fenomeen, ook de users halen er iets uit voor zichzelf.

Bekijk de presentatie met swot-analyse >>

h1

Sociale veranderingen

november 21, 2006

Naast de wereld waarin wij leven ontstaat er een steeds grotere, digitale wereld. Binnen deze digitale wereld is bijna alles, of misschien wel meer, mogelijk wat in het echte leven ook mogelijk is. Boodschappen doen, het nieuws volgen, vrienden maken, vijanden maken, muziek luisteren en zo kan ik nog wel even door gaan. Dit kan in chatprogramma’s (denk aan msn), via fora of communitiy’s, of door deel te nemen aan een multi massive online roleplaying game als ‘World of warcraft’ of ‘Second life’. Er is echter een groot verschil tussen deze en de echte wereld. In deze digitale wereld is iedereen namelijk in staat zichzelf een geheel andere persoonlijkheid aan te meten dan in de werkelijkheid.

Over de mogelijke gevolgen van dit fenomeen zijn de meningen verdeeld maar dat er gevolgen zijn is duidelijk.

Waarom is er de behoefte bij mensen om zichzelf heel anders voor te doen in een virtuele wereld, dan wie ze werkelijk zijn?

Wanneer je kijkt naar een spel als ‘World of warcraft’ lijkt het antwoord simpel. Het is een spel waar iedereen zich een ander gedaante aanmeet, een fantasiefiguur. Je kunt deze avatars wel een persoonlijke ‘touch’ meegeven, maar het blijven karakters als onderdeel van het spel. Je bent hier als het ware een speler met een virtuele pion. De contacten die je hier opdoet zijn voornamelijk om verder te komen in het spel. Niet zozeer om de mensen erachter.

Maar er zijn mensen die verder gaan dan een karakter aanmaken om een spel te spelen. Het ultieme, bekende voorbeeld hier van is ‘Second life’. Second life is meer dan een game. Het is een virtuele versie van de echte wereld. Je kunt hier een avatar van jezelf aan maken. Of anders gezegd een avatar creëren de representatief is voor de persoon die je zou willen zijn. Voor sommige mensen is het leven online geen spel, maar een tweede werkelijkheid. Waar komt bij deze mensen de behoefte aan deze tweede werkelijkheid vandaan? En wat zijn de gevolgen, de sociale veranderingen hierdoor in hun alledaagse leven?

Waarschijnlijk komt een groot deel van deze behoefte voort uit een zoektocht naar bevestiging. Online hebben zij door deze ontwikkelingen in social networking de kans gekregen om te doen en te zijn wat ze willen en normaal gesproken niet kunnen of durven. Online is de drempel om mensen aan te spreken veel lager. Daarnaast is het ook makkelijker om mensen te vinden met dezelfde interesses, en dus mensen te vinden die waarderen wat je doet. Je kunt doen wat je wil met de veiligheid van anonimiteit en de mogelijkheid om gewoon de computer uit te zetten.

De gevolgen kunnen groot zijn wanneer mensen hun sociale leven in de echte wereld ondergeschikt maken aan dat uit de digitale wereld. Zij zullen langzaamaan vervreemden van de samenleving. Zij worden afhankelijk en gaan er vanuit dat zij nooit alleen zijn. Online is er altijd wel iemand te vinden. Daardoor zullen zij het in de echte wereld veel steeds moeilijker krijgen. Het lijkt misschien mooi om een manier gevonden te hebben om zichzelf te kunnen uiten, in een wereld die soms veel mooier en makkelijker lijkt dan de echte wereld. Het is een leven waarin je over alles zelf controle hebt. Over hoe je eruit ziet, wie je tegen komt, waar je woont en wat je in je vrije tijd doet en wanneer je wel of niet bestaat.

Samenvattend is het niet meer dan logisch dat er sociale veranderingen aan de gang zijn. Die zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. Het is wel belangrijk om het inzicht in en de controle op deze veranderingen te behouden. We moeten er voor waken dat wij niet ondergeschikt worden aan de mogelijkheden van de virtuele wereld. Nu al zijn wij helemaal gewend aan de huidige manieren van communiceren. Chatten, sms-en, fora bijhouden, e-mail en communiceren en contacten leggen via community’s. Maar het zijn nog steeds voor de meeste mensen aanvullingen of een vergemakkelijking voor het onderhouden van contacten of om nieuwe mensen te ontmoeten. Het is een ondersteuning bij het dagelijkse leven. Dat moeten we ons blijven realiseren. Het kan niet zo zijn dat we de realiteit gaan zien als ondersteuning om een virtueel leven op te bouwen.

h1

De toekomst van het nieuws

oktober 5, 2006

De betrouwbaarheid van de krant

Uit onderzoek is gebleken dat nog steeds de meerderheid van de bevolking kiest voor ‘traditionele’ media om het nieuws te volgen. Krant, televisie en radio zijn dus nog steeds in trek. Toch vraagt men zich steeds vaker af hoe het in de toekomst met de krant, zoals we die nu nog kennen, zal verlopen.

Tegenwoordig groeien mensen op met de mogelijkheid overal het nieuws te volgen, op elk moment van de dag, zonder hiervoor te hoeven betalen. Zelfs de grote kranten van nu begeven zich op multimediaal gebied. Naast het bezorgen van de krant elke ochtend aan abonnees, bieden zij het nieuws aan via Internet, de mobiele telefoon of door verspreiding van gratis kranten.

Maar niet alleen het medium waarop nieuws wordt aangeboden veranderd. Ook de definitie van journalistiek is langzaam aan het veranderen. Zo was journalistiek vroeger nog een vak, waar alleen professionals zich aan waagden. Nu gaan steeds meer mensen gebruik maken van de mogelijkheden om hun eigen nieuws te publiceren. De scheidslijn tussen journalistiek en ‘burgerjournalistiek’ wordt steeds dunner, nieuws en opinie worden vaker met elkaar verweven. Kranten betrekken lezers bij het maken van de inhoud van de krant en lezers nemen het eigen heft in hand door zelf nieuws bij te houden door middel van bijvoorbeeld blogs op Internet. Nieuws wordt op deze manier veel persoonlijker. Je kunt zelf bepalen hoe je op de hoogte blijft van de actualiteit, welke onderwerpen je tot je neemt, en vanuit welk perspectief je het verhaal wil laten vertellen.

Dat de manieren waarop nieuws ons aangeboden wordt veranderden en zich uitbreiden is duidelijk. Maar toch is het voor de meeste mensen ook duidelijk dat het erg onwaarschijnlijk is dat de krant met haar ‘echte’ journalistieke stukken binnen de komende 10 jaar zal verdwijnen. Want ook al lijkt papier een steeds meer achterhaald en ouderwets medium te woorden, in werkelijkheid is de waardering voor papier binnen de samenleving nog steeds erg groot.

Vertrouwen speelt hierin een grote rol. Want hoe handig het ook is dat iedereen, overal zijn nieuwtjes kan delen, en dat iedereen altijd nieuws kan opvragen, gaat de betrouwbaarheid van het nieuws er niet op vooruit. Het is uit de praktijk al een aantal keer gebleken hoe gemakkelijk onwaarheden op Internet gepubliceerd kunnen worden maar in eerste instantie niet als zodanig worden herkend. Veel mensen kiezen dus nog steeds voor de krant als betrouwbaarste bron van informatie. En ook al zijn de mogelijkheden met nieuwe technieken oneindig zijn, denk nu al aan digitaal papier of het journaal bekijken met de mobiele telefoon, is het grote publiek hier nog niet klaar voor. In ieder geval niet waar het gaat om het volgen van het (betrouwbare) nieuws. Hier wordt nog steeds de ouderwetse krant gezien als de leverancier van actuele informatie, terwijl de burgerjournalistiek, die voornamelijk op Internet zijn intrede doen, wordt gezien als entertainment.

Dus ik denk niet dat de belangrijkste vraag is hoe de krant er uit zal zien over 10 jaar, maar hoe het staat met de journalistiek en de betrouwbaarheid hiervan tegen die tijd en hoe kranten zich blijven onderscheiden als enige en betrouwbaarste vorm van echt nieuws. Want de krant zal niet verdwijnen, er zit te veel praktische, maar vooral ook emotionele waarde aan. De krant zal wel steeds meer op verschillende platformen aanwezig moeten zijn, om de veranderende bevolking tevreden te houden. Dus ook om te overleven tussen alle nieuwe, innovatieve vormen van nieuws en het steeds grotere aanbod hiervan.

h1

Whatever, Whenever

september 27, 2006

Whatever, whenever. Dat staat op mijn kartonnen verpakking van water. Mine-water. Dit water is namelijk van kpn. De verpakking is er niet alleen voor de functionaliteit, maar dient hier als reclamemiddel voor Mine (interactieve tv van kpn). Whatever, whenever moet hier duidelijk maken dat je altijd je gewenste tv-programma kan bekijken. “Jouw wereld, jouw keuzes en jouw plezier”, daar draait Mine om volgens de teksten op de site. De campagne biedt dan ook geen aanbieding maar een beleving waarin fantasie en de echte wereld in elkaar overlopen (Diederikje Bok, John Doe). Mijn pakje water is een onderdeel van de beleving. Net als de posters, advertenties, evenementen, mobiele applicaties en websites ontwikkeld voor Mine. Tijdens de introductie werd de consument gevraagd actief mee te doen met de verdere ontwikkeling van het product. Er wordt niet alleen een product verkocht, mensen raken betrokken bij het verhaal wat Mine wil vertellen.

De manier waarop Mine geïntroduceerd is, is een voorbeeld van een crossmediale campagne. Moniek de Haas heeft de volgende stelling over crossmedia geformuleerd;

“Crossmedia eerder een manier om naar communicatie te kijken. Crossmedia is meer dan de convergentie van hardware, functies en infrastructuur. Daarmee reduceer je het begrip tot een container van techniekjes. Het is veel meer een andere manier om naar communicatie te kijken. Communicatie is een menselijke bezigheid, dat wat de mensen doen en niet de hardware, functies etcetera.”

In andere woorden is crossmedia dus een ‘nieuwe’ manier om een verhaal te vertellen. Een verhaal waarin de consument eerder een medespeler in plaats van een toeschouwer is. Of zoals Janet H, Murray het beschrijft;

“Finally storytelling techniques become transparant, we loose consciousness of the medium and see only the power of the story itself and what thruth it has told us about our live”

Deze manier van reclame maken, of een verhaal vertellen wordt mede mogelijk gemaakt door de manier waarop wij tegenwoordig leven. Er is mogelijkheid om altijd en overal in verbinding te komen met de rest van de wereld wanneer wij dat willen. Altijd bereikbaar zijn is ook een belangrijk punt voor veel mensen. Dit wordt vaak beschouwd als vrijheid. Niet vast zitten aan een werkplek, communiceren met mensen over de hele wereld, en altijd de informatie voorhanden die nodig is.
En dit via allerlei verschillende media; boeken, Internet op de laptop, de krant, een mobiele telefoon, mp3-spelers en ga zo maar door. Niemand kan meer zonder op pad.

Hierdoor zijn er al discussie ontstaan over de vraag of de consument niet zijn eigen grootste privacy-vijand aan het worden is. Alle informatie uit het privé leven wordt via allerlei kanalen verstuur en op allerlei media opgeslagen. Hiervan hebben al meerdere mensen problemen ondervonden na het uitlekken of misbruiken van informatie.

Misschien moet nu de vraag worden gesteld of de consument niet zijn eigen grootste vrijheid-vijand aan het worden is. Want de vrijheid die hij heeft in het communiceren via allerlei verschillende platformen, die vrijheid heeft dus iedereen. Reclame is niet meer een advertentie in een tijdschrift waarbij je door kunt bladeren, of een commercial waar je overheen zapt. Reclame is steeds meer overal terug te vinden op verschillende kanalen. En de consument geeft zelf steeds meer de mogelijkheid en de toestemming aan partijen om bereikt te worden. Net zo lang tot deze partijen ongemerkt een bepaalde rol gaan spelen in het leven van de consument. Een rol waarbij de consument, de speler in het verhaal, een bepaalde weg gestuurd wordt. Een weg over de verschillende communicatieplatformen. Dus men kan zich afvragen in hoeverre een eigen mening dan nog echt een eigen mening is, en hoeveel vrijheid we eigenlijk hebben en vooral nemen in het kiezen van bepaalde wegen.

Whatever, whenever. De mogelijkheden voor marketing en advertising door het inzetten van crossmedia.